Project omschrijving

Johan Godfried Steller (1843-1927)

Johan Godfried Steller was een zoon van Hendrik Jan Moesbergen Steller en Johanna Boenders hij werd geboren op 11 november 1843 in Kampen. Hij was van beroep een Schrijnwerker. Hij huwde op 1 april 1869 in Kampen met Margaretha Francisca Schlaepfer , na haar overlijden huwde hij op 19 juli 1877 in Kampen met Gerrigje Kroes. Hij stierf op 20 november 1927 aan zijn verwondingen die hij opliep nadat hij waas aangereden bij de stadsbrug in Kampen.

Zij eerste vrouw was Margaretha Francisca Schlaepfer de dochter van Sebastiaan Schlaepfer (1798-1855) en Francisca Margeretha Blum (1809-1843) zij werd geboren op 4 september 1841 in Kampen en stierf op 19 november 1871 in Kampen. Zij en Johan Godfried Steller hadden één kind:

1. Sebastiaan Steller (1869-1917)

Na het overlijden van Margaretha Francisca Schlaepfer huwde hij met Gerrigje Kroes, dochter van Gerrit Kroes (1815-1885) en Hendrikje Kruithof (1817-1893) zij werd geboren op 23 mei 1851 in Kampen en stierf op 21 mei 1926 in Kampen. Zij en Johan Godfried Steller hadden de volgende kinderen:

2. Johanna Steller (1878-1943)
3. Hendrika Steller (1880-1902)
4. Hendrik Jan Steller (1883-)
5. Jansje Steller (1883-1889)
6. Gerrit Steller (1886-1889)
7. Gerrit Steller (1889-1950)
8. Jansje Steller (1893-1948)

Johanna Steller, dochter van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 13 mei 1878 in Kampen. Zij stierf op 13 augustus 1943 in Kampen.

Hendrika Steller, dochter van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 1 februari 1880 in Kampen. Zij werd gedoopt in Kampen, zij stierf op 19 november 1902 in Kampen.

Hendrik Jan Steller, zoon van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 8 augustus 1883 in Kampen.

Gerrit en Hendrik Jan Steller

Jansje Steller, dochter van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 8 augustus 1883 in Kampen. Ze stierf in 1889.

Gerrit Steller, zoon van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 18 juli 1886 in Kampen. Hij stierf op 7 januari 1889 in Kampen.

Gerrit Steller, zoon van Johan Godfried Steller en Gerrigje Kroes, werd geboren op 25 juli 1889 in Kampen en stierf in 1950.
Gerrit Steller woonde in de Boven Nieuwstraat No.84 kadastraal Sectie F No.1375 hij wil het pand in 1930 bebouwen tot woon- en winkelhuis.

v.l.n.r. Gerrit Steller, Gerrit Riezebos, Johan Godfried Riezebos, Jansje Riezebos-Steller, Cornelis Riezebos, Johanna Steller.

Gerrit Steller en Hendrik Jan Steller.

Jansje Steller werd geboren op 24 augustus 1893 in Kampen, zij huwde op 19 oktober 1916 in Kampen met Cornelis Riezebos. Zij stierf op 24 mei 1948 in Kampen.
Cornelis Riezebos was de zoon van Gerrit Riezebos (1848-1922) en Aaltje Dillen (1858-1927) en werd geboren op 23 juli 1890 in IJsselmuiden. hij was van beroep Fabrieksarbeider. Hij en Jansje Steller hadden de volgende kinderen:

1. Gerrit Riezebos werd geboren op 23 augustus 1917 in Kampen. Hij trouwde met Berentje Koster die werd geboren op 2 oktober 1915 in Kampen. Ze stierf op 15 augustus 1991 in Zwolle

2. Johan Godfried Riezebos werd geboren op 21 september 1921 in Kampen. Hij stierf op 16 december 1985 in Kampen. Hij trouwde met Cornelia Blom die werd geboren op 2 maart 1922 in Alphen Aan Den Rijn, zij stierf op 4 juli 2018 in Kampen. Zij en Johan Godfried Riezebos hadden de volgende kinderen:
1. Johan Riezebos die huwde met Linda Kattenberg
2. Kees Riezebos
3. Corry Riezebos die huwde met met Jan Brouwer

3. Gerrigje Aaltje Riezebos, dochter van Cornelis Riezebos en Jansje Steller, werd geboren op 8 augustus 1929 in Kampen.

v.l.n.r. Hendrik Jan Steller, Gerrit Riezebos, Cornelis Riezebos, Gerrigje Kroes Johan Godfried Steller, Johan Godfried Riezebos, Gerrit Steller, Johanna Steller Jansje Steller.

Johan Godfried Steller geboren in 1843 woonde met Margaretha Schleapfer Achter Nije Mure Wijk 1 No 98A ( de tegenwoordige Voorstraat) en werkt zoals zijn vader als schrijnwerker, ze verhuisden naar de Groenestraat wijk 2 No 38 waar in 1871 Margaretha Schleapfer overleed. Na het huwelijk met Gerrigje Kroes in 1877 woonde Johan Godfried Steller in de Nieuwstraat wijk 2 No.235.
Daarna verhuisden zij naar het Bregittenplein Wijk 1 No.644 in 1902 wordt Bergittenplein nummer 9 genoemd als adres.

In de kamper Courant van 19 november 1927 staat een artikel over de toedracht van het ongeval met het uiteindelijke overlijden van Johan Godfried Steller tot gevolg.

Gisterenochtend heeft op de IJsselkade bij de brug een verkeersongeluk plaats gehad, waarvan het slachtoffer, de 84-jarige J. G. Steller van het Brigittenplein, gelukkig nog kans had op te komen. De auto van den heer Koops uit Wezep, met een heer Bultman aan het stuur, had vracht voor „De Koophandel” meegebracht en wilde met een bocht weer de IJsselkade opdraaien toen, ter hoogte van Het Maastrichtsch Bierhuis, een groentekar van Van der Weerd uit de Buiten-Nieuwstraat hem in den weg kwam, die de IJsselkade afgaande juist rechts wilde aanhouden.

Maar op het oogenblik dat Bultman zou passeeren, was er nog te weinig ruimte tusschen trottoir en kar en dus heeft de bestuurder de auto links laten passeeren, en is zoo tegen den voetganger opgereden, die, oud en ook doof leelijk is toegetakeld: verschillende hoofdwonden, één ernstige, ook een beenbreuk. De aangeredene, die heelemaal niet kon zeggen hoe alles is gebeurd, is het Stadhuis binnengedrogen, waar de geneesheeren Hubenet en Jansma het eerst bij de hand zijn geweest; hij is naar het Ziekenhuis vervoerd. Het deskundig onderzoek van de in beslaggenomen auto heeft uitgemaakt dat de wagen, ook hand en voetrem, geheel in orde was; het voortgezette onderzoek van den kant der politie heeft de vraag doen stellen of Bultman in dit geval links had mogen uitwijken, in plaats van te stoppen. Wordt in dien zin schuld aangenomen, dan zal de verdediging wel kunnen wijzen op een samenloop van omstandigheden. Bij het al sneller en sneller wordend verkeer, zijn het seconden waarin het nemen van een beslissing wordt gevraagd. En ook het bezit van een rijbewijs geeft geen waarborg dit in dergelijke omstandigheden altijd de juiste zal worden genomen.

Een reconstructie

De groentekar van Van der Weerd bevond zich op de ijsselkade en hield al rechts aan om de IJsselkade te verlaten, hij kwam dus vanuit noordelijke richting vanaf het vanHeutzplein, de auto of vrachtwagen van Koops met Hendrik Bultman aan het stuur was wezen lossen bij „De Koophandel”, dit is een vrachtschip die zijn vaste ligplaats had naast de stadsbrug, tegenover het Maastrichtsch Bierhuis. In het krantenartikel staat dat Bultman de groentekar wilde passeren, dus niet inhalen wat betekend dat hij richting het vanHeutzplein zou gaan, ook kunnen we zowel in het krantenartikel lezen dat hij met een bocht de IJsselkade opreed, dit betekent dat zijn wagen in de richting van de stadsbrug of dwars op de IJsselkade stond geparkeerd.

Bij het wegrijden heeft Hendrik Bultman gezien dat er te weinig ruimte was om de groentekar aan de juiste kant van de weg te passeren en is gemakshalve links om de groentekar gereden en te laat opgemerkt dat er een voetganger (Johan Godfried Steller) op het trottoir liep en hem aangereden.

Ondanks de verwondingen van Johan Godfried, dat hij lelijk is toegetakeld: verschillende hoofdwonden, één ernstige, ook een beenbreuk heeft, staat er in de notulen van de politie een vreemde conclusie over de toestand van Johan Godfried, dat hij “vermoedelijk zal overlijden aan een longontsteking, niet aan de gevolgen van het verkregen letsel, naar mijn heden middag van den behandelende geneesheer Jacobze van wie eene verklaring hierbij gaat per telefoon werd medegedeeld” of dit een verklaring is om de verdachte Hendrik Bultman vrij te pleiten omdat het slachtoffer een 84-jarige oude man is die toch niet lang heeft te gaan is onbekend maar het is niet aannemelijk dat dat Johan Godfried ook zonder ongeval twee dagen later zou overlijden terwijl hij nog in staat was op de IJsselkade te wandelen.

No 3-8 Kampen den 17 November 1327
K de xxxxxxxx hierbij te doen toekennen den Procesverbaal No 331 opgemaakt tegen Hendrik Bultman geboren te Wezep gemeente Oldebroek 28 october 1884. chauffeur wonende alhier, verdacht van het aan schuld veroorzaken van lichamelijk letsel aan Johan Godfried Steller, geboren te kampen 11 november 1843. zonder beroep alhier woonachtig, die na de aanrijding in het ziekenhuis is opgenomen en die vermoedelijk zal overlijden aan longontsteking, niet aan de gevolgen van het verkregen letsel, naar mijn heden middag van den behandelende geneesheer Jacobze van wien eene verklaring hierbij gaat per telefoon werd medegedeeld.
Naar mijne meening had de chauffeur tijdig de auto moeten doen stilhouden, waartoe hij in staat was omdat de remmen volkomen in orde waren en wat art 2 sub 1 van het motor en rijwiel reglement in gevallen als dit gebiede voorschrijft en niet mogen handelen in strijt met art 3 sub A van vermeld reglement.
De snelheid waarmede de verdachte reed op het oogenblik dat hij draaiende de groentekar passeerde tegenover zich zag. kan niet groot zijn geweest omdat hij vanaf de boot ‘ De Koophandel ‘ nog maar een kleinen afstand had afgelegd. Steller is zeer doof. volgens zijne dochter soms zelfs stokdoof.

N 349

Kampen 20 november 1527 officier Justitie Zwolle
Johan Godfried Steller vannacht overleden, het lijk in beslaggenomen
Politie commissaris Koppeing (?)

Stoomschip de Koophandel aan de IJsselkade met op de achtergrond het Het Maastrichtsch Bierhuis, foto rechts het Ziekenhuis aan de Vloeddijk.

RECHTSZAKEN. Rechtbank te Zwolle.

Donderdag 23 Februari 1928 — President mr. M. de Muinck. Officier van Justitie mr. J. C. van Hasselt. — Terecht staat H. B. (Bultman) te Wezep, die op 17 Nov. 1927 met een vrachtauto bij Kampen, rijdende over de IJsselkade in de richting van de IJsselbrug, J. G. Steller zou hebben aangereden, waardoor deze zoodanig letsel bekwam, dat hij aan de gevolgen overleed.
Verdachte vertelt dat hij juist een bocht gemaakt had en dat voor hem een groentewagen stilstond. Hij passeerde links en plotseling reed hij over een oude man heen. Het was eigen schuld van het slachtoffer. De oude man moet den weg hebben over gestoken, terwijl verdachte zijn aandacht gevestigd had op den groentewagen. Dr. J. P. L. Hulst uit Leiden heeft het lijk van het slachtoffer onderzocht en constateerde dat de dood moet veroorzaakt zijn door zwaar letsel. Inspecteur van politie J. de Bruijn te Kampen heeft het onderzoek geleid. Bij een teekening legt getuige de situatie uit.
Getuige A. v/d Weerd stond met zijn groentewagen bij het „Maastrichtsch Bierhuis’ aan den IJssel. Toen hij een klant bediend had, bracht hij zijn wagen in beweging en reed schuin naar rechts den weg over. De auto van verdachte scheen eerst rechts te houden, doch plotseling wendde de chauffeur het stuur om en kwam langs getuige’s rechterhand vlak langs den groentewagen. Even later reed verdachte het slachtoffer aan; toen getuige omkeek, zag hij het slachtoffer liggen.

Getuige Th. B. Grote stond op den rand van het trottoir, vlak bij den groentewagen. Toen een vrachtauto naderde, ging de groentewagen rijden. De auto kon er niet rechts langs en passeerde daarom aan de linkerzijde. De achterwielen van de auto waren ongeveer ter hoogte van den groentewagen, toen een oude man werd aangereden.
Getuige meent, dat het slachtoffer juist den weg wilde oversteken. Getuige R. Bos heeft den groentewagen niet in beweging gezien. De vrachtauto kon niet tusschen den wagen en het trottoir door.
Na het passeeren reed de auto over den ouden man heen, die juist den rijweg overstak.
Getuige B. J. Schilder legt ongeveer gelijkluidende verklaringen af. Toen de oude man den rijweg overstak en de auto zag naderen, wilde hij nog terug, doch het kon niet meer. Getuige F. v. d. Wolde zag de aanrijding van nabij. De aanrijding was volgens getuige onvermijdelijk.
Als deskundige wordt gehoord J. H. B. v. d. Noort, die geconstateerd heeft, dat de remmen van de vrachtauto in orde waren.
Getuige á déch. A. J. v. d. Brink heeft den aangereden Steller gekend. Getuige heeft hem weleens bijna aangereden, doch doordat getuige wist, dat Steller doof was, kon getuige steeds een aanrijding vermijden. Als een auto naderde, bleef Steller vaak aarzelend op den weg staan.
Getuige heeft hem meermalen gewaarschuwd toch wat voorzichtiger te zijn. Een dochter van het slachtoffer verklaart, dat haar vader een beetje doof was. Hij bewoog zich moeilijk, doch was wel voorzichtig. Zijn familie heeft hem meermalen gewaarschuwd.
Een zoon van het slachtoffer legt eveneens verklaringen af over de doofheid van zijn vader en de bezorgdheid der familie.
Getuige Hendrik Westendorp uit IJsselmuiden heeft Steller goed gekend. Hij was doof en liep veel en vaak onvoorzichtig op straat.
Getuige heeft Steller eens bijna onder de fiets gehad. Getuige Herm. Westendorp, de werkgever van verdachte, is den dag van de aanrijding naar de familie geweest om te informeeren. De dochter zeide toen, dat het de familie eigenlijk niet verwonderde. Verdachte was een paar maanden chauffeur bij getuige, hij reed voorzichtig en getuige heeft niet over hem te klagen.
De officier van Justitie is van oordeel, dat aan de verklaringen der getuige á déch. weinig of geen waarde moet worden gehecht, omdat het wel vanzelf spreekt, dat een 84-jarige meestal slecht ter been en een beetje doof is en dat dergelijke praatjes na elk ongeval plegen rond te gaan.
De getuige zijn het niet eens over de richting van waar uit het slachtoffer op de plaats der aanrijding is gekomen. Dit is echter van geen overwegend belang, het voornaamste is, dat de autobestuurder verkeerd manoeuvreerde. De vrachtauto had rechts van den weg moeten blijven en zijn vaart inhouden om den groentenwagen, die schuin den weg overstak, aan de goede zijde te passeeren.
Niet alle getuigen beweren weliswaar even stellig, dat de groentenkar in beweging was, doch het tegendeel is door geen der getuigen stellig beweerd. De automobiel kwam van een kant van waaruit de aangeredene hem niet verwachtte en daardoor is hij, voor hij kon uitwijken, aangereden. Spr. acht den autobestuurder zonder twijfel schuldig en eischt met het oog op den ernst van de zaak, een hechtenisstraf van 1 maand. De verdediger, mr. F. Heemskerk uit Amsterdam, is van oordeel, dat hier sprake is van een ongelukkige coïncidentie. Dat de getuigen het niet eens zijn over de richting van waaruit de aangeredene kwam, vindt wellicht zijn oorzaak in het feit, dat de getuigen hem op verschillende tijdstippen zagen. Spr. acht het verklaarbaar en juist, dat verdachte aan den verkeerden kant van de groentekar passeerde. Het is volstrekt niet aangetoond, dat de groentekar reed, toen verdachte passeerde. Het slachtoffer kwam vlak achter de groentekar vandaan en, door de hoogte der lading van den groentenwagen, kon verdachte den ouden man niet zien naderen. Van grove schuld is geen sprake en spr. acht geen aanleiding om in deze een veroordeeling te laten volgen. Subs. pleit spr. een voorwaardelijke veroordeeling. Uitspraak over 14 dagen.

RECHTSZAKEN. Rechtbank te Zwolle.

8 Maart. — De rechtbank heeft- heden de navolgende vonnissen gewezen; H. B. te Wezep (Oldebroek)) verdacht van het veroorzaken van den dood subs. van lichamelijk letsel door schuld, op 17 Nov. 1927 te Kampen, vrijgesproken.